• GENOMINEERDEN 2020 // The campaign to stop Killer Robots

  • GENOMINEERDEN 2020 // Borderline Sicilië

  • GENOMINEERDEN 2020 // Rebecca Johnson

  • GENOMINEERDEN 2020 // Mukhtar May, Pakistan

  • GENOMINEERDEN 2020 // Women solidarity network Yemen

Vredesfonds Ieper

Vredesfonds

Lees meer

De genomineerden voor de Vredesprijs 2020

Genomineerden 2020

Stemmen voor Vredesprijs 2020

Stemmen

Voorstelling Vredespijs

Korte film Vredesprijs

Laudatio Sima Samar, 11 november 2008, Ieper

Niet ver hier vandaan ligt Kandahar Cemetery, een begraafplaats uit de Eerste Wereldoorlog, met in totaal 446 graven. De troepen die daar in november 1914 arriveerden, gaven die naam, Kandahar, waarschijnlijk omdat ze eerder in Afghanistan waren geweest en daar hadden gevochten, om orde en recht te brengen. Een poging die uiteindelijk werd opgegeven. Misschien is het wel daarom dat juist Britse generaals nu zo pessimistisch zijn over de kansen op militair succes van de ISAF troepen in Afghanistan.

De Britten waren in ieder geval diep onder de indruk geraakt van de militaire kwaliteiten van een van de grootste volken in de grensstreek tussen Afghanistan en India. Dat waren, de Pashtun of de Pathanen, en ze vormden al in 1847 een Pathaans Corps of Guides, een verkenningseenheid, die de voorloper werd van wat we nu special forces noemen. Ze droegen een geel-bruin camouflage uniform, kahki, het Pashtunse woord voor vuil.

Vanzelfsprekend werden eenheden van het Brits-Indische leger in de Eerste Wereldoorlog ingezet. Dat gebeurde hier al in oktober 1914, en daarbij waren ook Pathaanse soldaten en eenheden. Het 40ste Pathaanse bataljon vocht in 1915 mee in de Tweede Slag bij Ieper, waarbij de Duitsers voor het eerst chloorgas gebruikten. Op Bedford House Cemetery ligt een aantal Pathaanse soldaten begraven. Ze vochten in de oorlog die aan oorlog een eind moest maken en de wereld veilig voor democratie.

En nu, 11 november 2008, zijn er weer Britse, en Nederlandse, troepen terug in Afghanistan om orde en rust te brengen. De geschiedenis maakt inderdaad soms vreemde bokkensprongen.

We herinneren ons hoe vele Pathanen zich engageerden in de strijd tegen de Sovjetunie en we weten maar al te goed dat het grootste etnische element van de Taliban gevormd wordt door de Pathanen, waarmee natuurlijk niet gezegd is dat alle Pathanen tot de Taliban behoren. Integendeel.

Ieper wil een stad van vrede zijn, en moet dat ook zijn, hoe kan het anders wanneer men bedenkt dat hier vele honderdduizenden soldaten zijn gesneuveld. Wat die opdracht, een stad van vrede, concreet inhoudt kan telkens weer alleen in een moeilijke zoektocht bepaald worden. Maar één uitgangspunt staat vast, en dat is twijfel. Twijfel aan de gedachte of oorlog wel zo'n goed idee is, twijfel aan de stelling dat elk probleem met militaire middelen is op te lossen. De ouders van A.C. Young, die hier bij Frezenberg op 16 augustus 1917 sneuvelde, lieten op zijn grafsteen beitelen: Sacrificed to the Fallacy that war can end war, opgeofferd aan de misvatting dat oorlog kan beëindigen.

Oorlog voorkom je niet door oorlog voor te bereiden, maar door voorwaarden voor vrede te scheppen. President Roosevelt formuleerde in januari 1941 de Four Freedoms als basis voor een duurzame vrede. Het gaat daarbij om de realisering van de fundamentele rechten van de mens, vrijheid van meningsuiting, geen discriminatie op grond van etniciteit, geen armoede en gebrek, en bovenal het recht om vrij te zijn van angst voor oorlog en geweld.

Er is geen staat die zich niet bekeerd heeft tot de gedachte van de mensenrechten, maar de eerbiediging daarvan is lang niet overal gegarandeerd.

Met militaire middelen kan een regime dat de mensenrechten schendt, vernietigd worden. Dat is op zich eenvoudig, hoe gewelddadig soms ook. Maar met militaire middelen afdwingen dat een regering zich aan de mensenrechten houdt, is heel moeilijk, misschien wel onmogelijk. In eerste en laatste instantie komt het aan op moedige burgers die hun eigen staat aanspreken op de formeel gegeven, maar in de praktijk loos gebleken belofte om de mensenrechten te eerbiedigen. Hun kracht schuilt in hun geweldloosheid, onpartijdigheid en openheid. Zij willen in waarheid leven, zoals Vaclav Havel, de oprichter van de Tsjechische mensenrechtenbeweging Charta 77, het formuleerde.

Afghanistan is al decennialang het toneel van afschuwelijk geweld, de strijd tegen de Russische bezetters, het Taliban regime, de moeizame burgeroorlog, de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme, de gewelddadige interventies van de ISAF militairen. Het getuigt van uitzonderlijke moed om in zo'n situatie de strijd voor de mensenrechten te voeren. In mevrouw Sima Samar, de laureaat van de Vredesprijs van de Stad Ieper 2008, eren wij, al die moedige vrouwen en mannen die de regering Karzai, de Taliban, maar ook de Amerikanen en ISAF militairen aanspreken op door hen begane mensenrechtenschendingen.

Sima Samar is voorzitter van de Afghanistan Independent Human Rights Commission. Ze werd geboren in 1957 en studeerde in 1982 af als doktor in de medicijnen. Ze was de eerste vrouw van het Hazaravolk dat deze titel behaalde. Tijdens de Sovjet bezetting in de jaren 80 moest ze Afghanistan ontvluchten en werkte ze als arts in vluchtelingenkampen in Pakistan. In 2002 kon Sima Samar terugkeren naar Afghanistan, ze werd minister van vrouwenzaken. Dat was zonder meer een bijzondere benoeming, hoopvol voor de toekomst. In een interview met haar uit die tijd sprak een vastberaden optimisme, ook al wist ze dat de weg nog lang was en de tegenstand groot. Ze vertelde over een vrouw die weigerde nog langer een burka te dragen, maar die daarvan door haar zevenjarige zoon was weerhouden, omdat hij had gehoord dat de Taliban haar zouden molesteren. In deze sfeer van terreur leefden en leven de vrouwen in Afghanistan.

Hoe vastberaden en hoopvol ze ook was, de politieke en bureaucratische tegenwerking was groot. Ze was dan wel minister, maar een ministerie, een gebouw om te werken was er niet. Materiële middelen ontbraken, voor bezoekers was er in haar kantoor geen stoel beschikbaar. In deze omstandigheden kon het ministerschap van Sima Samar niet lang duren. Ze werd met de dood bedreigd en tot aftreden gedwongen door islamitische extremisten. Van steun voor haar positie vanuit Westerse kring is mij niets bekend. Liever steunt het Westen om machtspolitieke redenen het huidige regime dat juist niet de vrouwenrechten hoog in het vaandel heeft staan.

Sima Samar leidt nu de Afghaanse mensenrechtencommissie, met speciale aandacht voor de rechten van vrouwen en kinderen. Een mensenrechtenorganisatie heeft niet meer machtsmiddelen dan de organisation of public shame. Door misstanden aan de kaak te stellen probeert men de overtreders tot andere gedachte te brengen. De Commissie excelleert in het uitbrengen van een groot aantal rapporten. De onderdrukking van vrouwen, nog steeds aan de orde van de dag, wordt keer op keer aan de orde gesteld. Een grootscheeps onderzoek toonde aan hoe duizenden kinderen gedwongen arbeid moesten verrichten. Maar de Commissie houdt zich ook bezig met het documenteren van mensenrechtenschendingen door alle strijdende partijen in Afghanistan. Zo werd kritiek uitgeoefend op de Afghaanse Nationale Politie die op 28 mei 2008 in Sheber 9 vreedzame demonstranten doodschoot en 42 andere verwondde. De Commissie deed aanbevelingen om dit soort incidenten te voorkomen. Overtredingen van het humanitair oorlogsrecht door alle partijen worden aan de kaak gesteld. Een Taliban aanslag met een bermbom op 1 april 2007 in Ali Khael waarbij 10 burgers werden gedood, wordt scherp veroordeeld. Een Amerikaans bombardement op een vermeende Taliban post leidde op 4 maart 2007 tot de dood van 9 burgers. Taliban strijders kidnappen en verminken burgers die verdacht worden van collaboratie. Amerikaanse militaire onderaannemers, die niet onder Nato/ISaf bevel staan, mishandelden op 4 januari 2007 in Kandahar onschuldige burgers. Uit wraak voor een bergbomaanslag schieten Amerikaanse mariniers minstens twaalf burgers in blinde woede dood, 4 maart 2007. De lijst is treurig makend lang, en ik denk alleen met diepe weerzin aan de tientallen burgers die het slachtoffer werden van het Nederlandse voorjaarsoffensief in Chora.

Het liefst zou men het niet willen weten, maar we moeten weten wat we met al onze goede bedoelingen, als die al goed zijn, uitrichten. Alleen de waarheid kan ons dichter bij vrede brengen. Sima Samar en haar Commissie brengt ons die waarheid. Strijders voor mensenrechten zijn bij niemand geliefd, niet bij hun eigen regering die ze immers steeds kritiseren, niet bij de strijdende partijen die steeds de meest elementaire mensenrechten schenden, niet bij hun medeburgers die kiezen voor de weg van de minste weerstand. Strijders voor mensenrechten verkeren in een drievoudig isolement, bedreigd door hun regering, beschimpt door hun medeburgers, in de steek gelaten door de buitenwereld die grotere belangen meent te moeten dienen. Toch moet de stem van Sima Samar gehoord worden, en steeds luider gehoord worden. Omdat het niet past om mensen te martelen, of burgers uit wraak te liquideren. Omdat mensenrechten geen mannenrechten zijn, maar ja, inderdaad mensenrechten. Omdat de eerbiediging van mensenrechten een voorwaarde voor duurzame vrede is.

We mogen hopen dat de toekenning van de Vredesprijs van de Stad Ieper aan Sima Samir er toe zal leiden dat ook in Afghanistan de roep om vrede en mensenrechten te midden van al het oorlogsgeweld luider gehoord zal worden. De Stad Ieper mag er trots op zijn zo'n formidabele vrouw met de Vredesprijs te hebben mogen eren.

Koen Koch