• GENOMINEERDEN 2020 // The campaign to stop Killer Robots

  • GENOMINEERDEN 2020 // Borderline Sicilië

  • GENOMINEERDEN 2020 // Rebecca Johnson

  • GENOMINEERDEN 2020 // Mukhtar May, Pakistan

  • GENOMINEERDEN 2020 // Women solidarity network Yemen

Sherko Bekas

sherko1© Toon Lambrechts

Sherko Bekas werd geboren op 2 mei 1940 in Sulaimaniya in Iraaks Koerdistan, als zoon van de Koerdische dichter Fayak Bekas. In 1965 verzuurden de betrekkingen tussen de Koerden en de Irakese overheid toen Mustafa Barzani (een toenmalige Koerdische leider) meer en meer ging aandringen op autonomie voor de Koerden in het Noorden van Irak. In dat jaar werd Sherko Bekas lid van de Koerdische bevrijdingsbeweging. Hij verlaat de stad Sulaimaniya en voegt zich bij de vrijheidsstrijders in de bergen. Hij schrijft en werkt er voor het radiostation van de beweging, dat zijn gedichten uitzendt. Op zijn manier bekampt hij met woorden, gedichten en emoties het centrale beleid in Bagdad. De uiteindelijke autonomie voor de Iraakse koerden werd getekend tussen de Irakese overheid en de Koerdische oppositie in 1970, maar de implementatie mislukte en leidde tot een nieuw bloederig conflict. Dit alles leidde uiteindelijk tot de Anfal in 1986, de campagne (genocide) die door de door Arabieren gedomineerde overheid van Irak tegen de Koerden werd opgezet. Omwille de politieke druk (Bekas wordt met dood bedreigd) verlaat Sherko Bekas het land. In het geheim wordt hij het land uitgesmokkeld naar Iran, om uiteindelijk met de hulp van Amnesty International in Firenze in Italië in ballingschap te leven. Uiteindelijk krijgt hij asiel in Zweden waar hij van 1987 tot 1992 woont. Na de gewelddadigheden tussen regeringstroepen en opstandelingen werd in 1991 een machtsbalans ingesteld; Bagdad trok zijn troepen terug maar legde een blokkade om het gebied. De Koerdische Democratische Partij Irak (KDP) en de Patriottische Unie van Koerdistan kunnen hun machtsbasis uitbouwen. Nu de regio autonomie heeft verworven keert Sherko Bekas terug naar zijn thuisland. De regio kent inmiddels al twintig jaar verregaand zelfbestuur onder leiding van deze twee partijen

Na zijn terugkeer wordt Sherko Bekas parlementslid in het eerste minister van Cultuur in de Koerdische regering in het begin van de jaren 90, maar na een jaar gaf hij er de brui aan: "Toen al begonnen er dingen fout te gaan. Onder druk van de overheid werden bijvoorbeeld een aantal krantenredacties opgedoekt. Daar kon ik niet mee leven. Of er wordt op de juiste manier geregeerd, of niet."

De bedreigingen van het Sadam Houssein aan zijn adres bleven duren, maar ook radicale Islamitische groeperingen schreeuwen sedert zijn terugkeer naar Iraaks Koerdistan om zijn hoofd omwille van zijn voortrekkersrol in de vernieuwing van de literaire beweging in het Noorden van Irak maar vooral omwille van het feit dat Sherko Bekas zich meer en meer manifesteert als een verdediger van de rechten van de vrouw.

In 1998 richtte Sherko Bekas samen met een groep intellectuele Koerdische dichters en redacteuren de uitgeverij Sardam Publishers op. Hij blijft een gekend gezicht van de oppositie In Iraaks Koerdistan.

Mo had een gesprek met de dichter naar aanleiding van de opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Tijdens een solidariteitsbetoging voor Tunesië en Egypte op 11 februari 2011 liep het ook grondig mis in Suleymanyah, de grootste stad en het culturele centrum van Iraaks Koerdistan.

"Ofwel gaan we de weg op van de democratie, ofwel wordt het een dictatuur."

Sherko Bekas: De protesten hier in Suleymanyah en de rest van de regio komen absoluut niet als een verrassing. Er gist al lang iets in Koerdistan. Het ongenoegen onder de mensen heeft verschillende oorzaken, maar in essentie komt het erop neer dat er niet naar hen geluisterd wordt. Problemen zoals corruptie, armoede en werkloosheid zijn gekend, maar de overheid is altijd blind gebleven voor de noden van het volk. Dan blijft er geen andere mogelijkheid meer over dan op straat te komen.

Het protest is tot nu toe beperkt gebleven. Enkel in Suleymanyah en kleinere steden in de buurt wordt er betoogd. In Erbil en Dohuk, de twee andere grote steden in de regio, blijft het rustig. Waarom net Suleymanyah?

Suleymanyah is een relatief jonge stad, maar is sinds haar ontstaan altijd het culturele en politieke hart van Koerdistan geweest. Zo goed als alle politieke bewegingen uit de recente geschiedenis van Koerdistan begonnen in Suleymanyah. De opstand tegen de Britten in 1919 vond hier plaats, en Suleymanyah was de eerste stad die in opstand kwam tegen Saddam Hoessein. Daarom is het niet verwonderlijk wat er vandaag gebeurt. We hebben een traditie hier. Maar ook in Erbil en Dohuk zijn er genoeg mensen die de huidige gang van zaken meer dan beu zijn. Alleen krijgen ze de kans niet om op straat te komen. De controle van de KDP over Erbil en Dohuk is veel sterker dan in Suleymanyah. Er zijn protesten geweest, maar die werden meteen de kop in gedrukt.

De KDP en de PUK zijn al twintig jaar aan de macht. Hoe strak is hun greep op de Koerdische samenleving?

De burgeroorlog tussen de KDP en de PUK gedurende de jaren 90 is een zwarte bladzijde in onze geschiedenis, iets waar we als Koerden absoluut niet trots op zijn. Godzijdank kwam er een akkoord om de macht te delen, al blijft er een zeker wantrouwen tussen beide partijen. Het probleem is dat de macht niet bij de overheid ligt, maar bij de partijen. Iedere beslissing wordt door hen genomen. Hun invloed reikt ver. Beide partijen hebben hun eigen kranten, magazines en tv-kanalen, en controleren zo de publieke opinie. Ze hebben een dikke vinger in de pap bij alle grote ondernemingen. Zowel de KDP als de PUK waren Peshmerga (Koerdische guerillastrijders, letterlijk vertaald "Zij die de dood in de ogen kijken"). Die milities staan nog altijd onder hun commando, los van de overheid. Ze hebben zelfs hun eigen geheime dienst.

Koerdistan is een rijk land, vooral dankzij de olie. Maar alles wordt door de partijen onder elkaar verdeeld. Er zijn genoeg jonge mensen die in politiek geïnteresseerd zijn. Ieder jaar studeert er een ganse lichting jongeren af aan onze universiteiten. Maar er zijn geen kansen voor hen.

Iraaks Koerdistan leek een geslaagd voorbeeld voor de regio. 'Een eiland van democratie in een zee van dictaturen', zo klonk het. President Mahmoed Barzani kreeg in februari nog de Atlantic Award voor zijn verwezenlijkingen. Is dit alles enkel schijn?

Dat is een vraag voor de politici. Als twee partijen alles controleren, hoe kan je dan van een democratie spreken? Koerdistan is een veilige plek en we zijn gespaard gebleven van het geweld dat de rest van Irak teistert. Maar dat maakt nog geen democratie. De vrije pers staat onder grote druk, in Erbil mag niet geprotesteerd worden. Dat noem ik geen vrijheid.

Is er een serieuze politieke oppositie?

De voornaamste oppositiepartij Gorran ("Verandering") staat sterk en wint aanhang. Maar de grote meerderheid van de mensen die nu op straat komen zijn jongeren die niet met een of andere partij verbonden zijn. De oppositiegroepen zoals Gorran en de islamisten springen wel mee op de kar natuurlijk.

Eén van de meest gehoorde eisen is dat het gedaan moet zijn met de corruptie.

Corruptie is overal doorgedrongen, bij de overheid, de ministeries, de partijen,... Het ligt er zo vingerdik op. Veel politici zijn miljonair, terwijl ze tien jaar geleden nog in de bergen zaten. Hoe kan zoiets? De Koerdische regionale regering bestaat nog maar twintig jaar en de lonen voor politici zijn geplafonneerd. Toch is het blijkbaar de beste manier om snel rijk te worden. De overheid is een soort familiebedrijf. Wie ergens een functie heeft sleurt er zijn zoon, broer of schoonzoon bij. Zonder connecties kom je nergens. Het volk is ook niet blind. Voor hen is het dagelijks leven niet gemakkelijk. Dus corruptie wekt veel woede op. De eis dat corrupte politici berecht worden is niet meer dan logisch.

De verzuchtingen van de mensen op straat lijken in grote lijnen op die van de opstanden in de regio.

De gebeurtenissen in Tunesië en Egypte hebben de mensen de ogen geopend. De oorzaak is in principe overal hetzelfde, of het nu hier in Suleymanyah is, of Bagdad, of Jemen, Bahrein,... Er is te lang niet naar de mensen geluisterd. De media en internet zorgen ervoor dat gebeurtenissen zich sneller verspreiden. De wereld is kleiner geworden. De jonge generatie heeft via internet en facebook veel meer contact met de buitenwereld.

Ik las onlangs een magazine van één van de partijen. Tussen de regels door was een soort verwijt van ondankbaarheid aan de betogers te lezen. Na alles wat de partijen voor hen gedaan hebben, durven ze nu op straat te komen om hun ontslag te eisen.

Iedereen zat in de bergen destijds! De KDP en de PUK hebben inderdaad hard gevochten voor Koerdistan, maar dat betekent niet dat ze vandaag met het land kunnen doen wat ze willen. Dat geeft hen niet het recht alles onder elkaar te verdelen en de noden van het volk te negeren.

Is het een erfenis van hun verleden als guerrillabewegingen dat de KDP en de PUK er een autoritaire stijl van regeren op na houden?

Als je in de bergen zit als verzetsstrijder, en je vecht voor je vrijheid, dan liggen de zaken anders. Maar eens het doel bereikt kan je niet blijven denken zoals in de bergen. De KDP en de PUK hebben geen recht om alle macht naar zich toe te trekken. De situatie, de noden zijn veranderd. Politici moeten aan het belang van het volk denken. De partijen weten dat maar al te goed, maar stellen hun eigen belang voorop. Moebarak wist dat, Khadaffi wist dat, maar ze trokken zich er niets van aan.

Zijn mensen teleurgesteld na zo lang voor hun vrijheid te hebben gevochten?

Mensen zijn inderdaad teleurgesteld. Dit is niet wat we droomden voor Koerdistan. De verwachtingen zijn niet vervuld. Ik zeg niet dat er geen licht is aan het eind van de tunnel, maar het schijnt niet al te hard.

Hoe ziet u de situatie evolueren?

Ik weet niet wat de toekomst brengt. Het is laat, maar niet te laat. De overheid kan nog hervormingen doorvoeren. Ofwel gaan we de weg op van de democratie ofwel wordt het een dictatuur. Vergeet niet dat het oprichten van het Koerdisch parlement en de Koerdische regionale regering grote verwezenlijkingen zijn. De Koerden in Turkije, Iran en Syrië kijken op naar ons als voorbeeld. Dat mag absoluut niet verloren gaan.

U was minister van cultuur in de eerste regering, maar diende na een jaar al uw ontslag in. Waarom?

Toen al begonnen er dingen fout te gaan. Onder druk van de overheid werden bijvoorbeeld een aantal krantenredacties opgedoekt. Daar kon ik niet mee leven. Of er wordt op de juiste manier geregeerd, of niet.

Iets anders. U bent de meest bekende hedendaagse Koerdische dichter. Ook uw vader was dichter. Hoe komt het dat er in Koerdistan zoveel dichters zijn?

(Lacht) Er zijn er inderdaad nogal wat, maar de goeie zijn op één hand te tellen. Net als in de Arabische wereld staat de poëzie het hoogst aangeschreven van de letteren. Niet de roman zoals in Europa. We hebben ook erg goede romanschrijvers, maar de dichtkunst staat op één.


Poëzie van Sherko Bekas:

Een brief aan God - (voor Halabja)

Halabja is een stad in het Noorden van Irak wet het Irakese leger in de Iraaks-Iraanse oorlog in opdracht van Sadam Hoessein een grootschalige gisgasaanval uitvoerde in maart 1988. De stad werd voor de gifgasaanval al bestookt door regeringstroepen met mortieren en raketten. Op het ogenblik van de aanval was de stad in handen van het Iraanse leger en Iraaks – Koerdische opstandelingen. Er vielen naar schatting zo'n 5000 doden.

Nadat Halabja was gestikt
Stuurde ik een lang smeken tot God
Voor ik het verstuurde, las ik het voor aan een boom
De boom huilde

Een postduif vroeg me hoe ik de brief wou versturen?
Verwacht van mij niks, zo hoog kan ik niet vliegen

Tegen valavond bezocht een engel in een zwart gewaad me
In mijn poëtische wereld en zei

Maak je geen zorgen, ik zal proberen om de brief voor jou te bezorgen,
Maar ik kan je niet beloven dat ik de brief rechtstreeks aan god kan geven.

Ik bedankte dat het geweldig zou zijn
En de engel nam mijn smeken in zijn vlucht mee

De dag nadien kwam hij terug
Met een schriftelijke repliek in het Arabisch
Van een vierderangs secretaris van Gods kantoor
"Dommerik, schrijf uw brief in het Arabisch. Niemand spreekt Koerdisch hier.
We zullen uw brief dan ook niet aan God bezorgen..."

Stormvloed

Het tij zei tegen de visser:
Er zijn vele redenen
Voor de woede van mijn golven.
De belangrijkste is
dat ik voor de vrijheid van de vis ben
en tegen
het net.

Halabja

Het was de veertiende van de maand
Op de berg Goyja ontvoerde de wind mijn pen
Toen ik ze terugvond en begon te schrijven
Leken mijn woorden als een zwerm vogels

Het was de vijftiende van de maand
En de Sirwan rivier nam mijn pan mee in haar stroom
Toen ik ze kon oppakken en begon te schrijven
Leken mijn gedichten scholen vis

Het was de zestiende van die maand!
Oh jij zestiende dag
Toen Sharazoor mijn pen nam
En het teruggaf zodat ik kon schrijven
Toen waren mijn vingers opgedroogd
Net als Halabja.