1. Soedan: een woelige geschiedenis van staatsgrepen en burgeroorlogen
1.1 Voor de onafhankelijkheid…
Soedan is een land in Noordoost-Afrika met een rijke geschiedenis en diverse cultuur. Het heeft een bevolking van meer dan 45 miljoen mensen en een gevarieerd landschap dat zich uitstrekt van woestijnen tot vruchtbare vlakten, vooralsnog, want de impact van de klimaatverandering wordt steeds duidelijker. Tot 1955 viel Soedan onder Brits-Egyptisch bewind. Beide landen regeerden over Soedan met een soevereiniteit die er voor zorgde dat zij geen verantwoording verschuldigd waren voor het gevoerde beleid.

De huidige gewelddadige machtsstrijd in het Oost-Afrikaanse land is de zoveelste aflevering in de bloedige geschiedenis van het land, die al sedert de onafhankelijkheid duurt. Een bloedig conflict met de Zuid-Soedanese rebellen - het langstdurende conflict in Afrika -, een jarenlange burgeroorlog in de westelijke regio Darfoer en de ene na de andere militaire dictator die na de onafhankelijkheid van het land aan de macht is gekomen, hebben het land en haar inwoners in 2025 op de rand van de leefbaarheid gebracht.
Voor de onafhankelijkheid van het land werd de invloed van de islam door de Britten zo veel mogelijk beperkt in het Zuiden van het land. Hierdoor werd Soedan in feite verdeeld in een overwegend islamitisch noorden en een overwegend christelijk zuiden. Die opdeling zou het land later nog zuur opbreken.

Op 1 januari 1956 werd Soedan een onafhankelijk land, geregeerd door een coalitieregering.
1.2. Het langstdurende conflict van Afrika
Al van net voor de onafhankelijkheid komt het christelijk-animistische zuiden in opstand tegen de regering in Khartoem, die overheerst wordt door islamitische Arabieren. Door de opstand raakt het regime in Khartoem gedestabiliseerd, wat in 1958 leidt tot een eerste militaire staatsgreep. Het zou zeker niet de laatste keer zijn dat de militairen de teugels in handen nemen, maar ook zij slagen er niet in stabiliteit te brengen, laat staan de rebellen in het zuiden te verslaan.
In 1972 sluit de militaire dictator Jafaar Mohammed al-Numeiri een akkoord met de Zuid-Soedanese bevrijdingsbeweging SPLM. Maar als diezelfde Numeiri in 1983 de sharia invoert, het islamitische recht, betekent dit het einde van een 10-tal jaren van relatieve rust. Onder John Garang en Salva Kiir vecht het Soedanese Bevrijdingsleger SPLA een bloedige onafhankelijkheidsoorlog uit.
Volgens mensenrechtenorganisatie Amnesty International worden de mensenrechten tijdens de oorlog geregeld geschonden. De burgerbevolking is het grote slachtoffer: naar schatting 1,5 miljoen mensen komen om, vaak door honger, droogte en ziektes ten gevolge van de oorlog. In 2004 wordt het langstdurende conflict op het Afrikaanse continent eindelijk beëindigd en in 2011 wordt Zuid-Soedan onafhankelijk.
1.3 Conflict over grond leidt tot oorlog in Darfoer
In 2003 leidt een conflict over grond tot een open oorlog in Darfoer, een regio in het westen van Soedan, aan de grens met Tsjaad. De burgeroorlog gaat tussen drie partijen: de rebellen van de Beweging voor Rechtvaardigheid en Gelijkheid (JEM), het Soedanese Bevrijdingsleger (SLA) en het Soedanese regeringsleger. Het leger krijgt hulp van de beruchte Janjaweed-milities. Dorpen worden geplunderd en in brand gestoken, mannen vermoord en vrouwen verkracht. Overal waar de Janjaweed-mannen (vertaal als: Duivels te paard) te paard of op kamelen verschijnen, slaat de burgerbevolking op de vlucht. De gruwelpraktijken konden op applaus rekenen van president Omar al-Bashir. Die doopte de militie later in 2013 om tot de RSF (Rapid Support Forces) en bombardeerde haar tot zijn persoonlijke lijfwacht.
Volgens de Verenigde Naties zijn er meer dan 2,7 miljoen ontheemden. Er vallen minstens 300.000 doden: door het geweld, maar ook door hongersnood en ziekte. De Soedanese dictator Omar al-Bashir wordt aangeklaagd voor volkenmoord door het Internationaal Strafhof in Den Haag. Het conflict wordt uiteindelijk beëindigd in 2011, na tweeëneenhalf jaar onderhandelen.

1.4. Geen democratie, maar de ene na de andere dictator…
Het einde van de conflicten met de rebellen in het zuiden en in Darfoer betekent niet meer stabiliteit in Khartoem. Er zijn de grensconflicten met Zuid-Soedan - onder meer over de controle over olierijke gebieden - maar er is ook onrust over stijgende voedselprijzen.
Aanhoudende protesten leiden in 2018 uiteindelijk tot het aftreden van dictator al-Bashir. Met name jongeren en vrouwen eisten het vertrek van president, die als verantwoordelijke werd gezien voor het decennialange wanbeleid en corruptie.
Al-Bashir wordt met de hulp van het leger verdreven in april 2019. Het leek het erop dat de weg naar democratie openlag. Die hoop werd snel de kop ingedrukt. De nieuwe militaire machthebbers waren immers niet van plan om de sleutels van het land zomaar aan het volk te overhandigen.
In 2021 voerden de generaals Abdel Fattah al-Burhan en zijn plaatsvervanger, luitenant-generaal Mohamed Hamdan Dagalo, bekend als ‘Hemedti’, een staatsgreep uit. De eerste staat aan het hoofd van het reguliere leger, de Sudanese Armed Forces (SAF), de tweede leidt de machtige paramilitaire groep Rapid Support Forces, de privé-militie van Al-Bashir (RSF).
De machtsgreep maakte een einde aan de overgang naar een burgerregering en dompelde het land in een ijzeren houdgreep. Alleen zou de verstandhouding tussen de twee militaire leiders niet lang standhouden: twee jaar nadat ze de burgers buitenspel hadden gezet, verklaarden al-Burhan en Hemedti de oorlog aan elkaar.
In april 2023 barstten in de hoofdstad Khartoem hevige gevechten los tussen de RSF en de SAF. Het geweld verspreidde zich in razend tempo naar andere regio’s zoals Darfur en Kordofan, in het zuiden van het land en duurt tot op vandaag.
Sinds het conflict op 15 april 2023 in Khartoum uitbrak, heeft het geweld zich over heel Soedan verspreid, met als gevolg tienduizenden doden en gewonden. De oorlog heeft ook meer dan 10 miljoen mensen ontheemd, waardoor Soedan volgens de Verenigde Naties is uitgegroeid tot de grootste humanitaire crisis ter wereld. Veel van de ontheemden zijn herhaaldelijk gedwongen om te vluchten.
Vandaag gaan de gevechten genadeloos voort. De inzet is macht maar ook grondstoffen, met name goud dat illegaal naar het buitenland wordt gesluisd in ruil voor wapentuig en harde valuta. Intussen moeien ook andere landen zich volop in de oorlog: onder meer Egypte en Saudi-Arabië steunen het reguliere leger SAF, de Verenigde Arabische Emiraten kiezen de kant van de RSF. Rusland heeft met beide partijen zaakjes lopen.
De SAF hebben grote delen van het oosten van het land in handen. Hun hoofdkwartier is gevestigd in Port Sudan, een strategisch gelegen kuststad aan de Rode Zee. De RSF hebben het voor het zeggen in bijna de hele westelijke regio Darfur, waar ze historisch gezien ook hun machtsbasis hebben.
De RSF zijn gegroeid uit de Janjaweed. Deze ongemeen wrede milities, veelal geworven onder Arabische nomaden, werden begin deze eeuw ingezet door het regime in Khartoem om de opstanden in Darfur neer te slaan. Dat mondde uit in een genocide, waarbij tussen 2003 en 2006 zo’n 300.000 mensen omkwamen. 2,7 miljoen Soedanezen raakten ontheemd.
Twintig jaar later dreigt de tragedie van Darfur zich dus te herhalen. In het voorjaar van 2025 escaleerde het geweld in El Fasher, een stad in het Noorden van Darfur die een belangrijk toevluchtsoord geworden is voor niet-Arabische gemeenschappen (op wie de RSF het dus heeft gemunt). De provinciehoofdstad van Noord-Darfur geldt als het laatste bolwerk van de SAF in de regio.
Naar aanleiding van de internationale dag van de Vrede (21 september) 2025 riep secretaris-generaal van de VN Guterres op om een onmiddellijk einde te maken aan de vijandigheden in de stad El Fasher, die al meer dan 500 dagen belegerd wordt. Hij drong aan op het respecteren van de mensenrechten, de bescherming van de burgers en tot het creëren van veilige, ongehinderde en duurzame humanitaire toegang.
In april 2025 vielen RSF-soldaten het nabijgelegen vluchtelingenkamp Zamzam aan, dat onderdak bood aan bijna 1 miljoen mensen. Volgens onderzoek vielen daarbij meer dan 1500 doden. Tienduizenden mensen sloegen opnieuw op de vlucht.

Onderschrift bij foto: Het vluchtelingenkamp Zamzam?
Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat El Fasher hetzelfde lot zal ondergaan als niet tijdig een staakt-het-vuren wordt bereikt. Maar vooralsnog is er weinig internationale bereidheid om kordaat op te treden. Sinds 2023 zijn er meerdere vredesonderhandelingen over Soedan gevoerd, maar die liepen keer op keer op niets uit.
|
Het recente conflict in Soedan in een notedop In Soedan doet een machtsstrijd binnen het leger het land nu al 3 jaar op zijn grondvesten daveren. Duizenden burgers zijn al om het leven gekomen. Centraal in het conflict staat de rivaliteit tussen 2 generaals: die van het reguliere leger, Abdel Fattah al-Burhan, en die van de paramilitaire groep RSF (Rapid Support Forces) Mohamed Hamdan Dagalo, ook bekend als Hemedti. Na de val van dictator Omar al-Bashir in 2019 zou een burgerregering aan de macht komen in Soedan. De RSF en het regeringsleger SAF waren het echter niet eens over het tempo en de verdeling van de macht. De 2 generaals kwamen daarbij lijnrecht tegenover elkaar te staan en beide groeperingen begonnen zich te bewapenen en troepen te verplaatsen, wat geleid heeft tot wederzijdse beschuldigingen en het uitbreken van gevechten in april 2023. Het gewapende conflict heeft het land in de grootste humanitaire crisis ter wereld gestort. Miljoenen mensen hebben hun huis moeten verlaten en een ernstige hongersnood teistert de helft van de Soedanese bevolking. Volgens de Verenigde Staten plegen de rebellen van RSF een genocide. |
1.5 Klimaatverandering in Soedan: een land op de rand van het onleefbare
Soedan, gelegen in het noordoosten van Afrika, wordt beschouwd als een van de meest kwetsbare landen ter wereld als het gaat om de gevolgen van klimaatverandering. De combinatie van extreme hitte, woestijnvorming, grillige neerslagpatronen en aanhoudende conflicten heeft het land in een diepe humanitaire en ecologische crisis gestort.
De gemiddelde temperatuur in Soedan ligt al boven de 42°C, en voorspellingen geven aan dat deze tegen 2060 met nog eens 3°C kan stijgen. Zulke temperaturen zijn nauwelijks leefbaar voor mensen, dieren en gewassen. De opwarming van het klimaat leidt tot steeds frequentere en intensere stofstormen, die het dagelijks leven ontwrichten en de lokale landbouw ernstig schaden.

Daarnaast kampt Soedan met een toenemende woestijnvorming. Vruchtbare gronden verdwijnen, waardoor boeren hun oogsten verliezen en veehouders hun kuddes niet meer kunnen voeden. In het noorden van het land valt jaarlijks minder dan 50 mm regen, en zelfs die geringe neerslag wordt steeds onvoorspelbaarder.
Tegelijkertijd zorgen hevige regenval en overstromingen in andere delen van het land voor verwoesting van dorpen, infrastructuur en landbouwgrond. Zo leidde de damdoorbraak in Arbaat in 2024 tot de vernietiging van tientallen dorpen en een acuut tekort aan drinkwater voor honderdduizenden mensen.

De gevolgen zijn desastreus: meer dan 4,6 miljoen mensen kampen met voedselonzekerheid, en miljoenen zijn op de vlucht geslagen binnen en buiten het land. De combinatie van klimaatverandering en gewapende conflicten heeft Soedan tot het epicentrum van de grootste vluchtelingencrisis ter wereld gemaakt. Volgens de VN bevinden zich momenteel meer dan 10 miljoen Soedanezen in tijdelijke onderkomens.

Toch zijn er ook hoopvolle initiatieven. Lokale gemeenschappen, gesteund door organisaties zoals het Rode Kruis, nemen maatregelen door het aanleggen van landbouwterrassen, waterbassins en vuurlijnen om natuurbranden te beperken. “Shelterbelts” – stroken bomen en struiken – worden geplant om woestijnzand tegen te houden en landbouwgrond te beschermen.
De situatie in Soedan toont aan hoe klimaatverandering niet alleen een ecologisch, maar ook een sociaal en politiek probleem is. Zonder internationale steun, duurzame oplossingen en vrede zal het land blijven afglijden naar een onleefbare toekomst. Klimaatverandering is hier geen abstract begrip, maar een dagelijkse realiteit die levens kost.
Kortom: in Soedan zijn de gevolgen van de ecologische crisis reeds decennialang voelbaar. Droogte, verzanding, mislukte oogsten en extreme temperaturen hebben hele dorpen doen verdwijnen, mensen op de vlucht gedreven en spanningen tussen gemeenschappen verergerd. Gebrek aan water, voedsel en werkgelegenheid leidt tot gewelddadige conflicten tussen boeren, nomadische groepen en gewapende milities
2. Nireen Elsaim

Nisreen Elsaim is geboren in Soedan en groeide op in Khartoem, waar ze een groot deel van haar jeugd doorbracht aan de oevers van de Witte Nijl en de Blauwe Nijl, twee rivieren die samenkomen in het hart van de stad. Ze heeft een bachelor diploma in natuurkunde en een masterdiploma in hernieuwbare energietechnologie van de Universiteit van Khartoem. Toen in april 2023 de burgeroorlog in Soedan uitbrak, veranderde haar leven van de ene op de andere dag. Nisreen, haar man en hun negen maanden oude zoontje moesten vluchten om hun veiligheid te waarborgen. Haar schoonbroer, die achterbleef, werd kort daarna vermoord. “We zijn alles kwijtgeraakt. Ik kon alleen vluchten met een rugzak met luiers”, herinnert ze zich.
De verwoesting was enorm, er vielen talloze slachtoffers en door de instabiliteit waren klimaatbeschermingsmaatregelen vrijwel onmogelijk. “Helaas zegt de klimaatverandering niet: ‘Deze mensen hebben al genoeg geleden, ik geef ze even rust.’ Nee, de klimaatverandering treft de zwaksten en meest kwetsbaren het hardst.”
Sinds ze Soedan heeft verlaten, heeft Nisreen in Londen, Parijs, Firenze en Berlijn gewoond. In januari 2024 keerde ze kort terug, niet naar Khartoem, maar naar Port Sudan, eeen belangrijke havenstad aan de Rode Zee. Ze trof een ingestort gezondheidszorgsysteem aan, dengue-koorts die zich verspreidde en gezinnen die in scholen en verlaten ziekenhuizen sliepen. Ter plaatse hielp ze bij het organiseren van sanitaire voorzieningen voor vrouwen en baby's en zocht ze naar manieren om jongeren betrokken te houden ondanks de sluiting van scholen en toenemende depressies.
2.1. Van lokale milieuactiviste in Khartoem (2012) tot mondiale stem voor jongeren, klimaatrechtvaardigheid, en vredesbevordering (2025).
2012 – 2019: de klimaatactiviste Nisreen
Nisreen Elsaims engagement als klimaatactiviste is diep geworteld in de sociaal-politieke onrust die ze tijdens haar eerste studiejaren in Soedan heeft meegemaakt. Als eerstejaarsstudent (2012) was ze getuige van een brute onderdrukking door de regering van studentenprotesten die waren ontstaan door plannen om een waterkrachtcentrale te bouwen in het noorden van Soedan. Dit project verdreef boeren- en vissersgemeenschappen langs de Nijl, wat leidde tot demonstraties die gewelddadig werden toen speciale eenheden ingrepen. Er raakten studenten gewond en er werd minstens één dode gemeld. Deze harde realiteit maakte Nisreen duidelijk hoe complex de relatie is tussen beslissingen over het milieu en politieke onderdrukking.
Hoewel ze toen natuurkunde studeerde, wekte de milieudimensie van de protesten haar interesse in klimaatverandering. Naarmate ze zich er meer in verdiepte, ontdekte ze het concept van wetenschapsdiplomatie: het gebruik van wetenschappelijk bewijs en dialoog in politieke besluitvorming. Dit idee sprak haar aan, vooral omdat belangrijke kwesties in de wetenschapsdiplomatie, zoals klimaatverandering en waterbeheer, centraal stonden in de crisis die zich in Soedan afspeelde.
In 2012 werd Nisreen vrijwilliger bij een lokale milieuorganisatie, wat het begin markeerde van haar langdurige inzet voor klimaatactivisme. Ze werkte nauw samen met plattelandsgemeenschappen en was getuige van de verwoestende gevolgen van milieuvervuiling en veranderende weerpatronen.
Ze zet zich in bij jongeren- en milieubewegingen in Sudan, wordt lid van Youth & Environment Sudan (YES), en ontwikkelt zo de visie dat jongeren structureel betrokken moeten worden bij klimaatonderhandelingen. In 2016 richt ze dan ook samen met anderen de “Sudan Youth Organisation on Climate Change (SYOCC), op, het eerste jongerenplatform over klimaat in Sudan. Ze wordt actief in Afrikaanse netwerken over klimaat en hernieuwbare energie. Ze neemt deel aan regionale en Afrikaanse conferenties over klimaatrechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling, en werkt mee aan projecten om lokale gemeenschappen bewust te maken en te onderwijzen in manieren waarop zij zich kunnen wapenen tegen de klimaatverandering.
In 2019 behaalt Nisreen haar materdiploma in hernieuwbare energie aan de universiteit van Khartoem. In hetzelfde jaar neemt ze als jonge Afrikaanse deel aan de Jongeren-Klimaattop van de VN in New York.
In 2020 wordt ze Voorzitter (Chair) van de UN Secretary-General’s Youth Advisory Group on Climate Change.
De VN-adviesgroep voor jongeren over klimaatverandering
In 2020 kondigde António Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de oprichting aan van de adviesgroep van jongeren aan met betrekking tot klimaatverandering. Deze groep bestaat uit zeven jonge klimaatleiders tussen 18 en 28 jaar uit verschillende regio's over de hele wereld, waaronder kleine eilandstaten. Dit initiatief is bedoeld om wereldwijde klimaatactie te versnellen en ervoor te zorgen dat de stem van jongeren op een zinvolle manier wordt meegenomen in belangrijke besluitvormingsprocessen, met name in de context van het herstel van de COVID-19-pandemie.
“We bevinden ons in een klimaatnoodsituatie. We hebben geen tijd te verliezen”, benadrukte Guterres in zijn aankondiging. “Jongeren staan in de frontlinie van de klimaatactie en laten ons zien wat daadkrachtig leiderschap inhoudt. Daarom lanceer ik mijn jongerenadviesgroep voor klimaatverandering – om perspectieven, ideeën en oplossingen aan te reiken die ons zullen helpen de klimaatactie op te schalen.”
Nisreen Elsaim werd geselecteerd als een van de zeven leden van de eerste groep die de Secretaris-Generaal van de VN geadviseerd heeft over het versnellen van wereldwijde actie en ambitie om de verslechterende klimaatcrisis aan te pakken. “Ze werd gekozen omwille van haar uitgebreide ervaring in klimaatactivisme, haar rol als junioronderhandelaar bij intergouvernementele klimaatplatforms en haar actieve betrokkenheid bij de pro-democratische beweging in Soedan.”
Haar benoeming onderstreept de erkenning door de VN van de cruciale rol die jonge leiders uit het Zuiden spelen bij het koppelen van klimaatactie aan kwesties als rechtvaardigheid, vrede en sociale transformatie.
Zij adviseert dus rechtstreeks VN-secretaris-generaal António Guterres over jeugdparticipatie, rechtvaardigheid en financiering in klimaatbeleid en treedt wereldwijd op in panelgesprekken en VN-conferenties.
2020–2022: aandacht voor een VN-platform voor jongeren
Toen Elsaim in 2020 voorzitter werd van de VN-Youth Advisory Group, viel dat samen met een wereldwijde turbulente periode: COVID-19, verhoogde druk op klimaatprocessen en groeiende roep om rechtvaardige toegang tot financiering en technologie voor het Global South. In haar rol probeerde ze twee dingen tegelijk te doen: jongeren ernstig nemen bij diplomatiek overleg (niet alleen symbolisch, maar hun stem echt laten meetellen) en de unieke noden van landen als Soedan onder de aandacht brengen — landen die zowel te maken hebben met klimaatimpact als met zwakke staatsstructuren, snelle politieke veranderingen en conflicten.
Haar aanwezigheid op de klimaattop van de VN COP26 in Glasgow (de klimaattop van de VN), 2021 is een goed voorbeeld van deze dubbele aanpak. Elsaim sprak tijdens belangrijke sessies met politieke leiders en maakte gebruik van het internationale podium om hardnekkige ongelijkheden aan te kaarten over de besteding van financiële middelen en de ingewonnen adviezen hiervoor. In het bijzonder gaat haar aandacht naar klimaatrechtvaardigheid en de gelijke vertegenwoordiging van Afrikaanse landen over klimaatthema’s. Ze polst naar de betrokkenheid van jongeren en hoe zij kunnen bijdragen aan technische en beleidsvragen. Of mogen ze enkel figureren in panels? Haar interventies zijn kritisch en direct — bedoeld om zowel morele druk uit te oefenen als om concrete procedurele veranderingen te bevorderen. Het onderstaande filmpje getuigt hierover.
Na het beëindigen van haar mandaat in het VN-platform voor jongeren blijft ze campagne voeren voor structurele steun aan jongerenorganisaties in ontwikkelingslanden en spreekt zij over de noodzaak van inclusieve klimaatactie op fora zoals het World Economic Forum in Davos in 2022. Concreet pleit ze voor de betrokkenheid van het Zuiden bij beslissingen, een eerlijke verdeling van de kosten, de betrokkenheid van jong en oud bij de beslissingen en het uitvoeren van het beleid en wereldwijde solidariteit, waarbij rijke landen armere landen helpen om zich aan te passen en over te schakelen op duurzame energie.
2023 - ….: de samenhang tussen Klimaatverandering, conflict en bestuur
2023 was een kantelpunt. De escalerende gevechten in Soedan (tussen verschillende gewapende partijen) hadden directe en diepgaande effecten op het leven van mensen en op het werk van activisten. Elsaim en haar familie moesten het land ontvluchten; zij beschreef persoonlijk hoe de strijd en de humanitaire situatie zowel dagelijkse levensondersteuning ontwrichtten als het vermogen om klimaatprogramma’s te installeren sterk beperkten.
In interviews en teksten maakte ze duidelijk dat klimaat-adaptatie en herstel niet kunnen wachten tot de wapens zwijgen: de klimaatproblematiek versnelt, en in conflictzones heeft dat vaak catastrofale humanitaire effecten. Haar boodschap was een oproep tot geïntegreerde politiek: hulp, stabilisatie, en klimaatfinanciering moeten elkaar aanvullen. Conflicten staan een degelijke klimaatbeleid in de weg. Ze verdiept zich verder in de samenhang tussen klimaatverandering, conflict en veerkrachtig bestuur.
Elsaim speelt ook de rol van pleitbezorger voor de urgente situatie van de burgers in haar land: ze zette wereldleiders en humanitaire organisaties ertoe aan de crisis in Soedan niet te negeren en benadrukte hoe klimaatrisico’s (zoals mislukte oogsten en waterschaarste) de drijfveren van ontheemding en geweld kunnen versterken. Haar positie als iemand die zowel klimaatvraagstukken kent als persoonlijk door oorlog werd getroffen, gaf haar verklaringen extra gewicht in internationale debatten.
Vandaag blijft ze als stem van de Afrikaanse jeugd optreden en spreken op internationale fora. Ze zet haar onderzoek verder op de verbanden van klimaat, mensenrechten en vrede. Ze blijft werken aan strategieën om jongeren uit conflictgebieden meer toegang te geven tot internationale klimaatonderhandelingen.
2.2. Thema’s en strategieën in het werk van Nisreen
Klimaatrechtvaardigheid en nationale context
Elsaim spreekt consequent over klimaatrechtvaardigheid: de erkenning dat landen die het minst hebben bijgedragen aan de opwarming (zoals veel Afrikaanse staten) toch disproportioneel lijden en dat internationale financiering en technologieoverdracht dat onevenwicht moeten herstellen. Ze koppelt dit met een pleidooi dat oplossingen niet alleen technisch (bijv. zonnepanelen) mogen zijn, maar institutioneel — gericht op bestuur, inclusie van jongeren en vrouwen, en op herstel van lokale economische weerbaarheid.
Jongerenmacht en –doorgang naar instituties
Een tweede rode draad is jongerenparticipatie: Elsaim wil dat jongeren niet louter als sprekers optreden maar als structurele actoren in onderhandelingen en besluitvorming. Dat betekent training, toegang tot technische dossiers en erkenning van jongeren als onderhandelaars of adviseurs in nationale delegaties. Haar eigen ervaring als voorzitter van de VN-adviesgroep voedde haar kritiek en aanbevelingen over hoe instituties jongeren kunnen integreren in beleid.
Koppeling klimaat — vrede — veiligheid
Misschien wel het meest onderscheidende thema in Elsaims recente werk is de expliciete koppeling tussen klimaatverandering en fragiele veiligheidssituaties. Ze benadrukt dat klimaatrisico’s sociale spanningen kunnen vergroten (bijv. over water of land), en dat in fragiele staten klimaatprogramma’s extra uitdagingen kennen: onbetrouwbare infrastructuur, risico op kaping van projecten door gewapende groepen en beperkte toegang voor hulpverleners. Haar oplossing is geïntegreerd: klimaatactie, humanitaire hulp en conflictgevoelige ontwikkeling moeten gelijktijdig en gecoördineerd worden gepland.
2.3. Impact en erkenning
Tussen 2020 en 2025 breidde Elsaims invloed zich uit van jongerenfora naar visibiliteit op grote platforms (VN, COP’s, WEF en diverse internationale conferenties). Ze ontving erkenning en nominaties van internationale organen en stichtingen, waaronder een vermelding als finalist voor prijzen en uitnodigingen van universiteiten. Deze erkenning droeg niet alleen bij aan haar persoonlijke profiel, maar vergrootte ook de aandacht voor Sudanese kwesties binnen klimaatbeleid.
3. Conclusie: betekenis van haar werk
Tussen 2020 en 2025 vervulde Nisreen Elsaim meerdere, elkaar versterkende rollen: jeugdleider, diplomaat, pleitbezorger en verhalenverteller. Haar werk droeg bij aan concrete veranderingen in hoe jongeren worden betrokken bij klimaatprocessen en legde de nadruk op de noodzaak klimaatactie te koppelen aan vrede, veiligheid en inclusie. Haar ervaring — van het leiden van een VN-adviesgroep tot het gedwongen ontvluchten van haar land — maakt haar stem zowel geloofwaardig als dringender. Ze illustreert daarmee een bredere verandering in de internationale klimaatbeweging: contextgevoelige oplossingen (klimaat – oorlog - …) en voor het centraal stellen van stemmen uit fragiele staten.
De periode 2020–2025 laat zien dat verandering mogelijk is, maar dat de weg ernaartoe complex en soms tragisch is — zeker wanneer klimaatimpact samen valt met politieke instabiliteit en conflict. Elsaims bijdrage is waardevol omdat ze institutionele pijnpunten benoemt en tegelijkertijd werkt aan praktische alternatieven: training van jonge onderhandelaars, pleiten voor flexibele financiering, en het verbinden van verhalen met beleid. Haar werk is daarmee zowel inspirerend als richtinggevend voor iedereen die gelooft dat klimaatbeleid rechtvaardig, inclusief en conflictbewust moet zijn.

Nisreen: “De klimaatverandering zal niet wachten tot de oorlog voorbij is”.