• GENOMINEERDEN 2017 // Hanan Al Hroub

  • GENOMINEERDEN 2017 // The Syrian Civil Defence – The White Helmets

  • GENOMINEERDEN 2017 // Victor Ochen

  • GENOMINEERDEN 2017 // Dr. Paikiasothy Saravanamuttu (Sara)

  • GENOMINEERDEN 2017 // Dr. Khadija

Referentietekst Vredesprijs Nederlands

Nadat de vredesprijs werd geïnstalleerd, stelde het vredesfonds van de stad Ieper de vraag aan de Nederlandse professor Koen Koch om een referentietekst te schrijven voor de vredesprijs. Deze tekst toont vanuit hiestorisch standpunt duidelijk de redenen aan waarom de Stad Ieper een vredesprijs inricht, maar geeft daarenboven ook aan waaraan potentiële laureaten voor de vredesprijs van de stad Ieper moeten voldoen om de prijs in ontvangst te kunnen nemen. Deze tekst werd in het verleden door het selectiecomité van de vredesprijs gebruikt om personen/organisaties te nomineren voor de prijs, maar is tevens een uitstekend middel om met leerlingen in de klas aan de slag te gaan. Jongeren kunnen door middel van de referentietekst de 5 genomineerden tegenover elkaar plaatsen om hun persoonlijke keuze mee te helpen bepalen. Hieronder vind je de integrale tekst in het Nederlands. Met de submenu's hierboven kun je de tekst ook in het Frans, het Engels en het Duits lezen.

De Referentietekst van Professor Koen Koch

Op zoek naar de eeuwige vrede

Iedere oorlog eindigt, eerder of later, maar helaas niet altijd met een duurzame vrede. Soms zijn vredesverdragen slechts de opmaat voor een volgende oorlog. Het meest dramatische voorbeeld hiervan is ongetwijfeld het Verdrag van Versailles. De overwinnaars in de Eerste Wereldoorlog vernederden het verslagen Duitsland zo zeer dat de kiem werd gelegd voor de Tweede Wereldoorlog. Het verzekeren van vrede vereist meer dan alleen maar het einde van de vijandelijkheden op het slagveld.

In haar zoektocht naar de eeuwige vrede heeft de mensheid op zijn minst vier wegen bewandeld die soms parallel lopen, elkaar soms kruisen, maar die in ieder geval alle moeten leiden naar een situatie waarin het gebruik van grootscheeps, georganiseerd geweld ondenkbaar is geworden en waarin aan elementaire eisen van menselijke waardigheid is voldaan. Deze vier methoden betreffen het uitbannen van de oorlog zelf als instrument van internationale politiek, de vernietiging van de instrumenten van oorlogvoering, het wegnemen van de oorzaken van oorlog en het scheppen van voorwaarden voor vrede.

Iedere persoon of organisatie die zich op één of meerdere van deze terreinen buitengewoon verdienstelijk heeft gemaakt, komt in aanmerking voor toekenning van de Vredesprijs van de stad Ieper, de stad in de Vlaamse Westhoek die zo afschuwelijk onder de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog geleden heeft.

Oorlog aan de oorlog

De Eerste Wereldoorlog werd door de geallieerden gevoerd, althans volgens de door H.G. Wells in augustus 1914 gemunte leuze, om een eind aan de oorlog te maken. Maar ook in deze oorlog tegen de oorlog sneuvelden talloze soldaten. Niet ver van Ieper, op de Duitse oorlogsbegraafplaats Vladslo, staat de wonderschone en tegelijk diepaangrijpende beeldengroep Het Treurend Ouderpaar van Käthe Kollwitz. Zij maakte deze beeldengroep ter herinnering aan haar zoon Peter die als oorlogsvrijwilliger tijdens de IJzerslag in oktober 1914 was gesneuveld. In 1924 ontwierp Käthe Kollwitz de later zo beroemd geworden Nie wieder Krieg poster. Heel krachtig vertolkte zij aldus de gevoelens van velen na de Eerste Wereldoorlog: dit nooit meer. Uit diepe afkeer van de slachtingen van de loopgravenoorlog ontstonden overal in Europa Nooit meer Oorlog bewegingen.

Deze Nooit Meer Oorlog beweging beleefde haar hoogtepunt met de ondertekening van het zogenaamde Kellogg-Briand Pact in 1928. Bij dit pact deed een aanzienlijk aantal landen afstand van oorlog als instrument van internationale politiek. De zwakte van het pact lag niet in het idealisme van de ondertekenaars, maar in de weigering van landen die uit waren op revanche, gebiedsuitbreiding en ideologische dominantie om het pact te ondertekenen. Juist de Tweede Wereldoorlog toonde aan dat men door zelf afstand te doen van oorlog zich kwetsbaar maakt voor welbewuste agressie van andere landen. Vrede vereist meer dan alleen de uitbanning van oorlog door mensen en landen van goede wil.

Na 1945 is het verbod op internationale agressie vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties. In artikel 51 is het ideaal van een systeem van collectieve veiligheid geformuleerd. De internationale gemeenschap garandeert de veiligheid, en daarmee de vrede, door zich te verplichten ieder land dat het slachtoffer van agressie wordt, onverwijld en indien nodig ook gewapenderhand, te hulp te snellen. Naarmate deze garantie geloofwaardiger is, zal een mogelijke agressor afgeschrikt worden en de kans op oorlog afnemen.. Een dergelijk systeem van collectieve veiligheid kan slechts functioneren wanneer aan minstens drie voorwaarden is voldaan.

Allereerst moet vrede in de wereld als één en ondeelbaar worden beschouwd en moet het ijveren voor vrede als een mondiale verantwoordelijkheid worden opgevat die nationale en regionale grenzen en particuliere belangen overstijgt. Op basis van dit mondiale verantwoordelijkheidsbesef kan de bereidheid groeien zich in te zetten voor vrede in oorlogsgebieden, ook als men zelf in betrekkelijke vrede en welvaart leeft en zelfs wanneer deze inzet grote persoonlijke risico's met zich brengt. Wanneer mensen en landen van goede wil weigeren om in het uiterste geval via een door de VN georganiseerde vredesmacht tegen agressors op te treden, wordt aan agressie vrijspel gegeven. Het uitbannen van oorlog stelt ons voor duivelse dilemma's.

Ten slotte vereist uitbanning van oorlog de ontwikkeling van instituties en mechanismen voor vreedzame verandering en conflictoplossing. Het gaat hier om de uitbouw van het internationale recht, om systemen van internationale rechtspraak en arbitrage en om bemiddeling in geval van dreigend conflict. Uitbanning van oorlog als instrument van internationale politiek vereist kortom meer dan alleen plechtige verklaringen, vastgelegd in internationale verdragen. Het gaat om een mondiaal bewustwordingsproces, om de bereidheid om agressie collectief te weerstaan en om de ontwikkeling van mechanismen voor vreedzame verandering en conflictoplossing, Alle personen en organisaties die zich op deze terreinen hebben onderscheiden, komen in aanmerking voor de toekenning van de Ieperse Vredesprijs.

Die Waffen Nieder

Op 22 april 1915 maakten de Duitse troepen in de directe omgeving van Ieper voor het eerst op grote schaal van gifgassen gebruik, hoewel bij internationale verdragen het gebruik van deze en dergelijke strijdmiddelen verboden was. Dit voorbeeld illustreert het moeizame karakter van de strijd voor ontwapening, hetzij tweezijdig of éénzijdig, hetzij algemeen of gericht op specifieke categorieën wapens. In de negentiende eeuw had de omvangrijke vredesbeweging reeds geijverd voor algehele ontwapening, mede onder impuls van barones Bertha von Suttner. Haar roman "Die Waffen Nieder" uit 1889 waarin zij de gruwelen van het slagveld beschreef op basis van rapporten van militaire artsen en van het Rode Kruis, was een felle aanklacht tegen de oorlog. Volgens Suttner was de oorlog een barbaarse institutie die door de kracht van de beschaving uit onze samenleving verwijderd moest worden.

Sinds de Eerste Haagse Vredesconferentie van 1899 staat het streven naar algemene, tweezijdige ontwapening op de internationale politieke agenda. Deze conferentie was op initiatief van Tsaar Nicolaas II bijeengekomen. De tsaar was zeer onder de indruk geraakt van Jan Blochs boek over de toekomst van de oorlog ("La Guerre Future"), waarin uiteengezet werd dat de moderne wapentechnologie het voeren van oorlog niet onmogelijk maar door zijn verwoestend vermogen wel bijkans suïcidaal zou maken. Hoezeer Bloch gelijk had, toonden de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Geïnspireerd door Bloch riep Nicolaas II op tot de Haagse Vredesconferentie. Maar zijn bedoelingen, het reduceren van de groei van de bewapening, werden gewantrouwd. Was het niet zo dat de tsaar opriep tot ontwape¬ning omdat het Russische rijk gewoon niet de concurrentie met de andere grote mogendheden kon bijhouden? Ontwapening als politiek instrument ter behartiging van het nationale eigenbelang, niet als bijdrage tot een vreedzamere wereld. Het is dit wederzijdse wantrouwen dat ondanks alle conferenties, demonstraties en petities het realiseren van algemene ontwapening zo moeilijk maakt.

Meer succes heeft in de loop der tijd het streven naar de uitbanning of de reductie van specifieke wapensystemen, zoals chemische, bacteriologische en zelfs nucleaire wapens gehad. Wanneer regeringen menen dat het algemene militaire evenwicht niet in gevaar komt, zijn zij bereid specifieke typen wapens uit te bannen. Soms kan hierbij publieke actie van doorslaggevende betekenis zijn, zoals de actie tegen landmijnen aantoonde.

Wanneer wantrouwen en vijandigheid tussen landen afneemt, wordt het sluiten van ontwapeningsakkoorden eenvoudiger. Juist na het einde van de Koude Oorlog zijn vele ontwapeningsovereenkomsten gesloten. Naast het INF-verdrag over de uitbanning van kernwapens voor de middellange afstand (de zogenaamde kruisraketten) uit 1987, is ongetwijfeld het CFE-verdrag uit 1990, waarbij de aantallen tanks, artillerie en vliegtuigen in Europa drastisch werden teruggebracht, het meest spectaculaire ontwapeningsresultaat. Duizenden tanks werden inderdaad letterlijk op de schroothoop verpulverd.

De mensheid heeft zich bekwaamd in het vervaardigen van steeds dodelijker wapens, zodanig dat nu onze wereld in enkele momenten vernietigd kan worden. Het is vanzelfsprekend dat de publieke aandacht op deze (nucleaire) massavernietigingswapens gericht is. Maar het is een beangstigende paradox dat sinds 1945 miljoenen mensen juist met betrekkelijk primitieve wapens zijn uitgemoord. Omdat het beheersen van de productie van en handel in deze wapens, handvuurwapens met name, nog steeds uiterst moeizaam blijkt te verlopen, zou een publieke actie die zich naar het model van de landmijnencampagne inspant om hier resultaat te boeken, zeer welkom zijn. Tot nu toe vormen de economische belangen van producenten en handelaren, die vaak bij hun regeringen politieke steun ontvangen, hier echter een geducht obstakel. Maar ook aan de vraagzijde moet aandacht worden besteed. Bijzonder tragisch is het dat juist in het conflictrijke Afrika voor jongeren het soldatenberoep vaak de enige mogelijkheid is om in hun levensonderhoud te voorzien. Programma´s, waarbij in ruil voor inlevering van wapens, die dan vernietigd worden, beroepsopleidingen worden aangeboden, vormen hier een wenkend perspectief.

Ieder individu en iedere organisatie, die zich op een of meerdere op de zojuist omschreven manieren inzet voor ontwapening, komt in aanmerking voor de Ieperse Vredesprijs.

Oorlog of vrede als de ´Grote Illusie´?

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog schreef Norman Angell zijn succesrijke boek "The Great Illusion". Daarin betoogde hij dat de gedachte dat oorlog winstgevend zou kunnen zijn, een illusie was. Als gevolg van de toegenomen economische afhankelijkheid tussen de staten zou oorlog voor alle deelnemende landen slechts desastreuze gevolgen kunnen hebben, en daarom verwachtte Angell als negentiende eeuwse optimist en rationalist, met zo vele anderen, dat politici niet langer tot oorlog zouden besluiten.

Inderdaad waren Frankrijk en Duitsland vóór 1914 elkaars belangrijkste handelspartners en waren alle kapitalistische landen in een monetair en financieel netwerk via de gouden standaard met elkaar verbonden. Niettemin brak toch de Eerste Wereldoorlog uit. Economische interdependentie op zich is met andere woorden geen garantie voor vrede. Economische vervlechting vereist om de zo vurig verlangde oorlogsvoorkomende werking te kunnen uitoefenen een politiek samenwerkingsverband op internationaal niveau. Dit was de geniale combinatie van het door Jean Monnet ontwikkelde Schuman-plan van 9 mei 1950: een gemeenschappelijke markt voor kolen en staal onder toezicht van een supranationaal orgaan, de basis voor het proces van Europese integratie.

Meer in het algemeen kan gesteld dat om vrede geen illusie te laten blijven actieve inzet noodzakelijk blijft ten einde de oorzaken van oorlog, zoals onderdrukking en economische ongelijkheid, en de voorwaarden voor vrede, zoals internationale samenwerking en organisatie, te realiseren. Bijzondere aandacht dient daarbij uit te gaan naar steun voor democratiseringsbewegingen en de realisering van de rechten van de mens. In januari 1941 benadrukte de Amerikaanse president Roosevelt in zijn "Four Freedoms Speech" dat vrijheid de suprematie van mensenrechten overal ter wereld betekende. Hij zegde steun toe aan allen die streden voor het veroveren en het behoud van deze rechten. Het bijzondere aan de Four Freedoms die Roosevelt noemde, was de combinatie van klassieke vrijheidsrechten (vrijheid van meningsuiting en religie, geen discriminatie op grond van etniciteit of ras) met sociaal-economische rechten (geen angst voor armoede en gebrek), maar vooral zijn nadruk op de noodzaak vrij te zijn van angst voor oorlog en geweld als voorwaarde voor het genot van mensenrechten. De samenhang tussen de strijd voor vrijheid, mensenrechten en vrede is daarmee gegeven.

Er is geen staat die zich niet officieel bekeerd heeft tot de gedachte van de mensenrechten, maar de eerbiediging ervan is helaas lang niet overal gegarandeerd. Steeds zijn er moedige individuen die op geweldloze wijze hun eigen staat aanspreken op het formeel gegeven, maar in de praktijk loze woord, de mensenrechten te eerbiedigen. Juist door op vreedzame wijze van hun mensenrechten gebruik te maken, niet meer en niet minder, door 'in waarheid te leven' zoals de Tsjechische dissident Vaclav Havel en oprichter van Charta 77 het formuleerde, brengen zij hun regeringen die diezelfde rechten verkrachten, in een lastig parket. Hun voorbeeld brengt ook medeburgers die zich neerleggen bij de dwang der omstandigheden, in verlegenheid. Om nog maar niet te spreken van politici die om machtspolitieke en economische redenen of gewoon uit lafheid, weigeren steun te verlenen aan strijders voor de mensenrechten.

Strijders voor de mensenrechten verkeren vaak in een drievoudig isolement, bedreigd door hun regering, beschimpt door hun medeburgers en in de steek gelaten door de buitenwereld. De betekenis van Roosevelts oproep tot steun aan hun strijd is van alle tijden. Het is een dure plicht om deze mensen te steunen. Zij, maar ook anderen die hun bijdrage leveren aan het scheppen van voorwaarden voor vrede, komen in aanmerking voor de Ieperse Vredesprijs.

Verzoening, vergeving en barmhartigheid

Niet ver van Ieper, bij de plaats Mesen, bevindt zich het Island of Ireland Peace Park ter herinnering aan de katholieke en protestantse Ieren die op 7 juni 1917 zij aan zij tegen de gezamenlijke vijand optrokken. In 1998 hebben katholieke en protestantse jongeren in het kader van het project A Journey of Reconciliation samengewerkt om dit Peace Park te realiseren. In hun gezamenlijke herdenking van de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog hebben zij de kracht gevonden om hun eigen oorlog in Belfast en Derry te beëindigen

Oorlog roept heftige emoties op en wakkert gevoelens van haat en wraak aan. Vrede veronderstelt het doorbreken van de cirkelgang van wraak en weerwraak. Zolang het geleden onrecht een rechtvaardiging vormt om zelf ook anderen onrecht aan te doen, blijft de mensheid gevangen in de tredmolen van oorlog en geweld. Verzoening tussen voormalige vijanden vereist erkenning van de gruweldaden in tijd van oorlog begaan, niet de ontkenning ervan, en het gelijktijdige besef dat alleen de gruwelen van het verleden overwonnen kunnen worden door aan een gezamenlijke toekomst te werken. Verzoening tussen Frankrijk en Duitsland lag ten grondslag aan het besluit van enkele katholieke geestelijken om aan het eind van de Tweede Wereldoorlog Pax Christi op te richten. Verzoening ligt ook ten grondslag aan al die grassroots initiatieven op de Balkan die op de puinhopen van extreem nationalisme en etnische zuivering proberen de fundamenten van een multiculturele en democratische samenleving te herstellen.

Verzoening tussen voormalige vijanden is een uiterst moeilijk proces, te meer naarmate het conflict langer heeft geduurd en meer slachtoffers heeft gekost. Het zijn voorbeeldige politici die op verzoening durven aan te sturen: de Egyptische president Anwar Sadat die naar Israël reist om het vredesproces op gang te brengen, de West-Duitse Bondskanselier Willy Brandt die in Warschau knielt bij het monument voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Wie de dodenakkers van Verdun heeft aanschouwd, weet hoe bijzonder het is dat precies daar Mitterand en Kohl hand in hand hebben gestaan om de slachtoffers van drie vernietigende oorlogen te herdenken.

Verzoening tussen voormalige vijanden kan niet gebaseerd zijn op straffeloosheid voor begane misdaden. Internationale gerechtshoven, maar ook nationale procedures spelen hierbij een cruciale rol. Het mag echter nooit gaan om blinde wraak maar om het zuiveren van de verhoudingen, op basis waarvan aan een gezamenlijke toekomst gebouwd kan worden. Wellicht is dit het moeilijkst in de verhouding tussen (voormalige) onderdrukkers en onderdrukten. Het voorbeeld van Zuid-Afrika dringt zich hierop. Toen aan het apartheidsregime een eind was gekomen, moest een weg worden gevonden om meerderheid en minderheid met elkaar te verzoenen opdat aan een gezamenlijke toekomst gewerkt kon gaan worden. Zwarte wraak op hun blanke onderdrukkers zou averechts werken, ontkenning van de gruwelen van de apartheid eveneens. Onder leiding van aartsbisschop Desmond Tutu werd het instituut van de Waarheidscommissie ontwikkeld. Wie zijn misdaden voor deze commissie openlijk heeft bekend, kan straffeloos meewerken aan een toekomstig multicultureel Zuid-Afrika. Voor ieder die meent dat op misdaad altijd straf moet volgen, is dit onbevredigend. Toch is deze barmhartigheid misschien de enige mogelijkheid om een diep verscheurd land een vreedzame toekomst te garanderen.

Een ieder, die zich heeft ingespannen om gevoelens van haat en wraak tussen (voormalige) vijanden te bestrijden en om op basis van verzoening, vergeving en barmhartigheid de fundamenten te leggen voor vreedzame samenwerking, komt in aanmerking voor de Ieperse Vredesprijs.

De Ieperse Vredesprijs: in vrede voor vrede leven

Rudyard Kipling, de nationalistische dichter die zijn enige zoon verloor bij de Slag van Loos in 1915, maakte zich met bittere zelfkritiek tot tolk van de vele miljoenen die samen met zijn zoon stierven:

If any question why we died,
Tell them, because our fathers lied.

De oude leugen van de vaders was dat het zacht en eervol is voor het vaderland te sterven. In zijn prachtige gedicht Dulce et Decorum est, geëvoceerd in het In Flanders Fields Museum te Ieper, maant Wilfred Owen, die precies een week voor de Wapenstilstand in 1918 sneuvelde, ons die oude leugen nooit meer te vertellen:

My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory,
The old Lie: Dulce et decorum est
Pro patria mori.

Moge de Ieperse Vredesprijs ertoe bijdragen dat onze kinderen niet alleen in vrede, maar ook voor vrede zullen leven.